Mijn hart blootgelegd

Mijn hart blootgelegd voorzijde
Mijn hart blootgelegd achterzijde
  • Mijn hart blootgelegd voorkant
  • Mijn hart blootgelegd achterkant

MIJN HART BLOOTGELEGD door CHARLES BAUDELAIRE in de vertaling van ROKUS HOFSTEDE, die ook het nawoord schreef. Twintig jaar na de dood van de auteur van 'Les Fleurs du Mal' en 'Le Spleen de Paris' (1821-1867) verschenen in Parijs fragmenten van een onvoltooid gebleven, groot essayistisch prozaproject, waarin de schrijver zich zou leegschrijven en zich zou wreken op de moderne wereld en de menselijke soort. Deze notities, opgesplitst in drie reeksen, 'Flitsen', 'Mijn hart blootgelegd' en 'Hygiëne' zijn nu voor het eerst integraal vertaald. Ze worden aangevuld met een synopsis van 'België' uitgekleed'. In dit beruchte schotschrift over België, waaraan Baudelaire in de laatste twee jaar van zijn leven werkte, worden het sarcasme en de grimmigheid niet meer gericht op de wereld als geheel maar op Baudelaires vrijwillige ballingsoord België. Hij boekstaaft ontgoochelingen en vereffent persoonlijke rekeningen, verwoordt zijn politieke desillusies en gaat te keer tegen de domheid en platvloersheid van zijn tijd. De in deze bundel bijeengebrachte toverformules over maatschappij en moraal zijn van kapitaal belang gebleken voor een begrip van Baudelaires wereldbeeld en zijn poëzie.

Lees verder
Specificaties
ISBN/EAN 9789491738081
Auteur Charles Baudelaire
Uitgever Voetnoot, Uitgeverij
Taal Nederlands
Uitvoering Paperback / gebrocheerd
Pagina's 128
Lengte 190.0 mm
Breedte 140.0 mm
Op 24 april 2014 was het precies 150 jaar geleden dat de Franse dichter Charles Baudelaire (1821-1867) in het Brusselse Zuidstation uit de trein klom en zijn intrek nam in het Hotel du Grand Miroir, Bergstraat 28. Een literair bedevaartsoord is Baudelaires Brusselse stek niet geworden. Bij de aanleg van de ondergrondse noordzuidverbinding in de sixties werd het deerlijk gehavende hotel met de grond gelijk gemaakt. Maar zijn oeuvre verdween natuurlijk nooit uit de belangstelling. De gedichten van 'Les Fleurs du Mal' zijn literair werelderfgoed, en ook als kunstcriticus maakte Baudelaire naam. Tussen 1990 en 1994 publiceerde Voetnoot zijn snedige recensies en essays in zes delen. Anderhalve eeuw na Baudelaires mislukte intocht in Brussel zet dezelfde uitgeverij de kroon op het werk met de publicatie van egodocumenten onder de titel 'Mijn hart blootgelegd'. Deze invallen, politieke oprispingen, esthetische observaties en dagboekachtige notities zijn de restanten van een weids autobiografisch project waaraan Baudelaire tien jaar laboreerde, maar dat nimmer het licht zag. Slechts lang na zijn dood werden de teksten gebundeld. Het zijn letterlijk vuurpijlen, flitsen van inspiratie - naar de titel 'Fusées' van het eerste cahier. Het katern 'Mon coeur mis à nu' leverde vertaler Rokus Hofstede de overkoepelende titel voor zijn vertalingen; het ontstond tussen 1860 en 1864 en moest uitgroeien tot een heus 'livre de rancunes', een steen in de kikkerpoel van het conformisme. De Baudelaire die naar Brussel vluchtte was een ontgoochelde en verbitterde man, een gekwetste narcist die werd ondermijnd door een slepende ziekte. Van de flamboyante dandy die hij ooit was, schoot niet veel over. Hij had een hoop persoonlijke rekeningen openstaan en schoffeerde zowat iedereen die zijn pad kruiste: drommen domme en platvloerse tijdgenoten, literaire grootheden als Victor Hugo en George Sand, vrouwen en joden, democraten en vrijdenkers... Revanche zou hij nemen, voor het te laat was.' In afwachting van het uur van de vergelding krabbelde hij notities in zijn cahiers. Hun kwaliteit is ongelijk. Er zijn perfect geciseleerde aforismen, speelse oneliners en raadselachtige verwijzingen naar toestanden die we vandaag - ondanks Hofstedes briljante vertaling en het adequate notenapparaat - nog nauwelijks kunnen bevatten. Arm België Dat ook een van de bundels met fragmenten van het nooit gerealiseerde Belgiëboek in deze nieuwe verzameling egodocumenten werd opgenomen, is de logica zelve. Hofstede koos het enige deel dat Baudelaire zelf min of meer geredigeerd had, een soort van synopsis die hij amper twee maanden voor zijn fatale instorting in maart 1866 voltooide. Hier is het dat 'zijn wereldbeeld, zijn obsessies, wat je zijn lichaamstaal zou kunnen noemen' het scherpst komen bovendrijven. In zijn nawoord geeft Hofstede aan waarom de fragmenten die hij selecteerde een noodzakelijk complement vormen bij het 'publieke oeuvre' van de dichter. 'Ressentiment, de bittere vrucht van woede en verdriet, jaagt Baudelaire aan in dit poëtische testament, en dat levert niet altijd aangename lectuur op, maar wel prikkelend, scherp en suggestief proza', dat ons ook enig inzicht oplevert 'in de opkomende burgerlijke samenleving waar hij met groot visionair vermogen zijn vrolijke grimmigheid op botvierde'. En wie verlangt samenhang en begrijpelijkheid van de zure oprispingen die Baudelaire almaar weer op het papier gooide ? Rokus Hofstede heeft het deurtje in Baudelaires schedelpan open gezet, en wij mogen mee naar binnen kijken.

Wat vinden anderen?

Er zijn nog geen reviews van dit product.